'Ga in zee met organisaties die de verandering in gang willen zetten'

Hennie Mulder, coördinator Mantelzorgondersteuning Groningen-stad bij Humanitas. Humanitas heeft in Groningen al een lange traditie in het samenwerken met zorginstellingen. Hoe is dat gekomen?

Humanitas heeft in Groningen contacten met alle zorginstellingen omdat zij het contact hebben met de cliënten en daarom ook met mantelzorgers. In onze visie, en die van de gemeente, hebben zorgorganisaties zelf een verantwoordelijkheid voor de naasten van hun cliënten.

We zijn er niet op uit om zoveel mogelijk mantelzorgers bij Humanitas binnen te krijgen, maar juist dat zorgorganisaties zelf aandacht besteden aan hun mantelzorgers. Daar krijg je een veel groter bereik door.

Dat is hard nodig. Je ziet dat mantelzorgers ingeschakeld worden, maar niet voldoende als gelijkwaardige partij worden gezien. Je zou juist aan het begin van het zorgproces heel goed samen moeten kijken wie wat kan doen en ook wat de mantelzorger nodig heeft.

Vooral de generatie van de 50-plussers zit in de knel, en hoe kunnen we ze tegemoet komen? Ga eerst in gesprek over wat er wel mogelijk is, want mensen willen heus wel hun bijdrage leveren.

Wat is jouw legitimatie om met zorginstellingen in gesprek te gaan?

Humanitas kreeg opdracht van de gemeente om dit proces met zorginstellingen in gang te zetten, als onafhankelijke gesprekspartner.

Zorginstellingen zien hier in Groningen zelf ook het belang om met ons samen te werken. Ze weten dat de Wmo een andere houding vraagt, en willen gebruik maken van onze expertise op het gebied van mantelzorg.

Ze nemen soms zelf contact op. Daar komt bij dat Humanitas vrijwillige thuishulp biedt, ook aan mensen die in een zorginstelling wonen. We maken wel goede afspraken over het vrijwilligersbeleid en de afstemming.

Wat is de toegevoegde waarde van samenwerking?

De toegevoegde waarde zit erin dat wij niet de cliënt kijken maar naar de positie van de mantelzorger en wat deze nodig heeft. Wij hoeven niet te denken: wat heeft de cliënt nodig want daar zijn de zorginstellingen heel goed in, maar wij bekijken wat het netwerk daaromheen nodig heeft.

En gezien de nieuwe ontwikkelingen weet iedere zorgorganisatie dat ze daar iets mee moeten. Mensen zullen steeds meer gebruik moeten maken van hun eigen netwerk.

In de zorgcentra hebben we gesprekken gevoerd met personeel en met mantelzorgers. Medewerkers denken al snel: we voeren een paar verbeterpunten in en dan zijn we klaar. Maar het gaat niet om verbeterpunten; het gaat om een totaal andere houding van het personeel.

Op concrete suggesties voor verbetering werd in eerste instantie bijna automatisch negatief gereageerd. Daarom is het belangrijk dat wij de rol van onafhankelijk gespreksleider vervullen. Medewerkers moeten echt anders leren kijken.

Een paar concrete voorbeelden van zaken die voor mantelzorgers van groot belang zijn:

  • betrokken worden bij het opstellen en de evaluatie van het zorgleefplan
  • afstemmen van de verwachtingen bij de start van de zorgverlening
  • bereikbaarheid en communicatie vanuit de medewerkers
  • samenwerking tussen verschillende afdelingen zoals de activiteitenbegeleiding en de verzorging.

Binnenkort gaat één van de zorgcentra, samen met ons, met mantelzorgers in gesprek om te vertellen hoe ze met de uitkomsten aan de slag gegaan zijn. Dat is ook voor ons als organisatie van belang, wij zijn immers het gesprek aangegaan met de familie waardoor je verwachtingen gewekt hebt die waargemaakt moeten worden.

Het allerbelangrijkste is uiteindelijk: met een open houding en open vizier het gesprek met familie durven aangaan, met de vraag: “hoe kunnen we het samen, ook voor u, goed organiseren?". Ik zie dit zelf als een veranderingsproces, en dat zal ook een tijd gaan duren.

Kunnen zorgorganisaties dit proces ook zelf, zonder jullie hulp, oppakken?

Ja, dat moet zeker kunnen. We zien daar ook hele goede voorbeelden van, bijvoorbeeld in de zorg voor mensen met dementie en voor mensen met een verstandelijke beperking.

De V&V-sector heeft tot nu toe niet zoveel hoeven samenwerken met de familie, en de cultuur is er ook nog niet naar. Er wordt voor de familie gedacht, soms ook juist vanuit een hele grote betrokkenheid van het personeel.

Daar is de cultuuromslag die gemaakt moet worden veel groter dan in de verstandelijk gehandicaptenzorg.

Waarom zou je andere steunpunten adviseren om ook op deze manier samen te werken?

Wij bereiken nu 2000 mantelzorgers in Groningen-stad. Er zijn er wel 27.000. Het gaat erom dat alle mantelzorgers goed bediend worden. Zorgorganisaties hebben daarin hun eigen verantwoordelijkheid. Wij, als steunpunt mantelzorg, willen natuurlijk aanvullende activiteiten organiseren.

Wij willen graag met zorginstellingen samenwerken om zo veel meer mantelzorgers te kunnen bereiken. Mantelzorgers hoeven niet bij ons ingeschreven te staan, dat is niet ons doel. Ons doel is om mantelzorgers, direct of indirect, te voorzien van de juiste ondersteuning.

Gouden tip

Ga in zee met organisaties die de verandering in gang willen zetten, en ga niet de strijd aan met organisaties die dat (nu) niet willen.

Feit is dat organisaties zien dat ze met minder middelen meer moeten doen. De organisaties die dat proces met je willen vormgeven, daarmee moet je aan de slag. In het algemeen zou ik zeggen: ga klein beginnen, maak voordelen zichtbaar in kleine stapjes.

En heel belangrijk: Laat naar buiten toe zien wat je doet, dus ook aan andere organisaties. Dan weten andere organisaties wat ze bij je kunnen halen. We moeten onze mogelijke rol in dit proces niet overdrijven, maar wel laten zien wat we kunnen!

Bijlage

Resultaten samenwerking